1.
Naakte Ninja in de Steeg
Ik was nu zevenendertig jaar en leek steeds sneller overprikkeld te raken. Ik was deze dag vrij onschuldig begonnen met de hoop op verkwikking in het zwart marmeren bad van mijn huisgenoot Usman. Het was een antiek bad dat de vorige huiseigenaar een fortuin had gekost maar veel te zwaar was om te verhuizen. Daarom was het altijd in het huis blijven staan, in het groezelige naar muskgeur ruikende badkamertje van de Turkse gepensioneerde bokser Usman. Het was geen gedeelde badkamer, maar in mijn eigen badkamer was het nu even te vies. Usman’s knijpkat-radio stond aan op een evergreen kanaal waar men blijkbaar nogal van Phil Collins hield. Best prima ook. Ik zocht naar douchegel en stal een klodder badschuim uit een nabije fles Kneipp en nipte lauwe filterkoffie uit een metalen beker waarop de wereldberoemde quote ‘Zu viele Arschlöcher, zu wenig kugeln’ stond.
Ik had vandaag iets bijzonders op de planning staan, maar dat moest wel in de goede volgorde verlopen. De kater gaf me een mentale standby-modus die na het drinken van een paar liter water meestal verdween rond het middaguur. Die tijd kon ik mooi gebruiken om de weeïge laag zweet en rookaanslag van mijn huid af te weken. Stap twee was koffie van Ezra en stap drie: naar de schouwburg gaan voor een voorstelling van een lokale basisschool waar mijn neefje Barry in ging spelen.
Stap vier was nog niet ontwikkeld maar het zou hoogstwaarschijnlijk iets vrij algemeens zijn zoals een bezoek aan de donkere bewustzijnstunnel van de roes. Ik zat vrij klem in het bad en er was geen goede ondersteuning voor mijn onderrug. Ook zat er nu zoveel schuim in het water dat het me begon te irriteren. Maar het lag natuurlijk niet aan het bad of aan het water; ik heb het altijd al moeilijk gevonden om me te ontspannen. In veel opzichten voelde ik me een soort rat; Niet per se schichtig, maar wel voortdurend op de vlucht, alert, ADHD, een snelle verbrander. Het was me wel verteld maar ik ging er niet mee aan de slag: ‘als je je trauma’s niet verwerkt blijf je altijd op de vlucht.’ Ik wist het wel maar ik deed het tegen beter weten in toch niet. En dus gierde het stresshormoon weer door mijn lichaam en lukte het me vandaag weer niet om me echt te ontspannen, en al helemaal natuurlijk niet in iemand anders badkamer. Zelfsabotage. Ik schoof wat krakkemikkig naar beneden in het bad, sloeg mijn lange benen over de badrand, kneep mijn neus dicht en zonk mijn hoofd onder water. De stilte was heerlijk. Ik zocht met dichtgeknepen ogen naar bezinning, luisterde naar mijn hartslag en het ruisen van mijn bloed. De gedempte stilte en de gereduceerde zwaartekracht hadden effect. De geluiden van buiten waren weg, de opdringerige zeikerige wereld om me heen was eventjes helemaal weg. Een onbewust herinneren aan de donkere zwoele tijd in de baarmoeder. Maar toen drong er wel een geluid door het water heen waardoor de cortisonaanvoer opstartte en dus mijn hartslag en suikerspiegel verhoogde. Mijn korte gezegende badsessie werd bruut verstoord door de lompe harde klap van de voordeur die beneden tegen de hal-wand aan stuiterde, direct gevolgd door het geluid van stampende voetstappen op de trap. Ik bewoog me niet zodat het geluid van het druppelende water mijn locatie niet zou verraden. Zware stem. ‘Walla, Lange, prutser, waar ben je!’ Ik klom heel langzaam uit de diepe Afrikaanse baarmoeder totdat mijn oren boven het water uitkwamen. ‘Walla! Waar zit je, walla!’ Ik hoorde de onbehouwen zware stem en de stampvoeten langs de badkamer stampen, maar gelukkig toen ook de volgende trap op stampen waar mijn eigen appartementje was. Usman de ex-bokser was een met testosteron overgoten Turkse reus met zowel een agressie- als een alcohol-probleem die vond dat hij nog geld van me kreeg.Ik hoopte maar dat zijn eigen badkuip en badschuim de laatste plaats was waar hij zou kijken. Hij kwam poen halen, geld dat ik eerst van hem had geleend maar wat we wel samen hadden opgezopen, dezelfde avond nog. Ik had aangeboden een treetje betaalbaar bier te halen, maar dat wilde Usman niet; nee, meneer wilde liever sterke drank halen voor heel veel geld. Zo’n vervelende hypocriete lul was Usman nou eenmaal. Maar goed, omdat hij nogal losse handjes had bedacht ik me geen moment.
Ik klom nagenoeg geruisloos uit bad, klemde m’n kleding en een handdoekje onder de arm, tikte het slothaakje van de badkamerdeur en sprintte geruisloos als een naakte ninja de trap af. Stukjes grint-achtige troep, smeuïge zut en houtsnippers hechtten zich priemend aan mijn blote voetzolen. Ik raakte bijna in paniek omdat ik met mijn natte vingers de klemmende voordeur bijna niet open kreeg. Eenmaal buiten rende ik naakt de steeg door en de straat over naar de beschutting van een stenen stroomhuisje aan de Oliemolenwal. Met gespitste oren droogde ik me daarachter af, grotendeels uit het zicht van de steeg waar ik woonde. Gehaast kleedde ik me aan. Achter me hoorde ik een geschokte schorre kreet van een oudere dame die met haar hand voor haar mond naar me stond te staren, haar getekende wenkbrauwen bijna bovenin de haarlijn. Een klein lelijk hondje dat met een roze riempje aan haar verbonden was zat ongegeneerd een solide nummer twee te draaien. Ik stak mijn laatste been door mijn broekspijp, zwaaide grijnzend naar het vrouwtje, of eigenlijk meer naar het hondje, gooide de handdoek op het stroomhuisje, keek of de kust veilig was en vertrok richting de schouwburg.
Wil je als eerste weten wanneer Touché verschijnt? Schrijf je in voor ‘Lees het eerst’.